Hoe groen is jouw tuin?

Hoe groen is jouw tuin? Wemelt het er van de vogels, vlinders, hommels en bijen, en krijg je regelmatig een egel op bezoek? Ecologisch tuinieren is niet moeilijk;

1. Kies voor bio
Schrap kunstmest en gebruik alleen nog organische meststoffen, die verbeteren ook de structuur van de bodem en activeren het bodemleven, en dat komt alleen maar de natuur ten goede. De bekendste zijn compost, stalmest, groenbemesting, kippen- en koeienmest in korrelvorm, … Schakel over op biologische bestrijdingsmiddelen, met natuurlijke ingrediënten. Biologische slakkenkorrels doden wel de slakken maar niet de nuttige dieren die slakken eten, zoals merels, lijsters, egels en padden.

2. Houd het… slordig
Een tuin met een mengeling van verschillende bomen, struiken, hagen, bloemen en gras en die er niet té netjes bij ligt, trekt de meeste dieren aan. Een composthoop en een houtstapel zijn echte dierenparadijzen maar ook paden in het gras, een terras met kieren, muren bekleed met planten vormen excellente schuilplaatsen.

3. Zet je groene bril op
In een tuin, ook al is die erg bescheiden, leven vaak meer verschillende dieren dan in een uitgestrekt (monotoon) natuurgebied. In een doorsnee tuin passeren makkelijk dertig vogelsoorten, tien vlinders, honderd nachtvlinders, een dertigtal spinnen en honderden andere insecten – in totaal zo’n vijfhonderd verschillende dieren! Observeer de eerste hommels, leer vogels herkennen, en zoek uit tot welke vlinder de rupsen zich ontwikkelen.

4. Verwen de vogels
Vogels bezorgen je niet alleen veel kijk- en luisterplezier, ze verlossen je ook van een pak vervelende insecten. Lijsters en merels smullen slakken, koolmezen rupsen en (de larven van) lieveheersbeestjes bladluizen. Richt je tuin zo in dat dieren er zich veilig voelen en dat er genoeg te eten valt. Struiken met bessen en bloemen met veel zaad zijn ideale vogellokkers: krentenboompjes, lijsterbes en meidoorn, vlier, rode kornoelje…

5. Van de bloemen en de bijen
Help de hommels en bijen en zorg dat er tussen maart en november altijd wat bloeit in je tuin. Bloemen met veel nectar en stuifmeel zijn het best: vlinderstruiken, sporkehout (of vuilboom) en bramen, sierdistels, lavendel, de dropplant, vrouwenmantel, koninginnekruid…

6. In laagjes
Kies planten die passen bij de bodem van je tuin. Kijk ook eens naar het landschap en zet wat inheemse, regionale of heel lokale planten in je tuin. Zorg dat die mooi in laagjes is opgebouwd, met veel variatie aan gras, bomen, struiken, hagen en lagere bloemen; dieren voelen zich tussen die laagjes meer geborgen. Probeer ook wat groenten, kruiden en fruit te kweken, hoe meer variatie, hoe meer natuurrijkdom in je tuin.

7. Minder gazon
Een gazon betekent bergen groenafval, uren werk (en lawaai) en grote hoeveelheden meststoffen, kalk en bestrijdingsmiddelen. Bovendien valt er voor de meeste dieren erg weinig te beleven. Zet een deel om in bloemenweide of prairietuin, of laat een stuk gazon uitgroeien tot lang gras, zo trek je sprinkhanen aan. Plant er sneeuwklokjes, blauwe druifjes en krokussen in: die vormen geweldige nectar voor de allervroegste hommels en bijen.

8. Andere paden
Leg niet alle paden in bestrating, maar ook een deel in grind, schors of hakselhout. Zo houd je het broodnodige regenwater in je tuin in plaats van het naar de overbelaste riolen af te leiden.

9. Recycleer
Composteer je keuken- en plantenresten. Snipper het snoeiafval in een hakselaar en strooi de houtsnippers op de paden of als mulch tussen je planten. Grote takken verwerk je in een takkenwal, het is een ideale woon- en schuilplek ook voor allerlei insecten, vogels en egels.

StumbleUponEmail